De ontmoeting
Welkom! Wat bijzonder dat je hier bent.
Sommige mensen denken lang na voordat ze aan zo’n reis beginnen. Anderen besluiten het in een opwelling. Hoe je hier ook bent gekomen, ik ben blij dat onze paden elkaar vandaag kruisen.
Voordat we de eerste stap zetten, wil ik je één ding vertellen. Deze reis is niet bedoeld om je te overladen met informatie. Er bestaan al genoeg boeken die je vertellen wat je zou moeten doen. En waarschijnlijk weet je al veel meer dan je dagelijks toepast. Daarom gaan we iets anders doen.
We gaan wandelen.
Niet om zo snel mogelijk ergens te komen, maar om onderweg anders te leren kijken. Naar je lichaam, naar je gedachten, naar de mensen om je heen en gaandeweg ook naar jezelf.
Onderweg stop je af en toe iets in je Rugzak: een gewoonte die je wilt bewaren, een techniek voor wanneer je haar nodig hebt, een verhaal dat nog jarenlang met je meereist of een inzicht dat je over jezelf ontdekt. Op veel wandelingen bereiken we een Panorama en staan we stil bij een vraag. Heel af en toe komen we bij een Hangbrug. Dan nodig ik je uit iets te doen wat nét buiten je comfortzone ligt. Niet om je te testen, maar om je te laten ervaren dat je vaak meer kunt dan je denkt. En soms staat er langs het pad een Routepaaltje: een klein geheugensteuntje waarmee wat je ontdekt ook een plaats krijgt in je dag.
Je hoeft deze reis niet perfect te maken. Mis je een dag, dan hoef je niets in te halen. Je hoeft niets te bewijzen, niet aan mij en niet aan jezelf. Het enige wat ik je vraag mee te nemen, is nieuwsgierigheid. Daarmee kan de reis haar werk doen.
Eén laatste gedachte voordat we vertrekken. Mensen beginnen vaak aan een reis omdat ze hopen iets waardevols te vinden: een antwoord, meer rust, een betere gezondheid, meer grip op hun leven. Dat zijn prachtige redenen om op pad te gaan. Ik hoop dat je die dingen vindt. En ik hoop stiekem op nog iets: dat je op een dag ontdekt dat de grootste schat niet verborgen lag aan het einde van het pad, maar al die tijd rustig met je meeliep. Jijzelf.
Kom, laten we beginnen. Er wacht een mooie wandeling op ons.
De kans is groot dat je vandaag al tientallen dingen hebt gedaan zonder erbij stil te staan. Je keek zonder echt te zien, luisterde zonder alles te horen en dacht zonder je af te vragen waarom. En ondertussen gebeurde er iets waaraan je waarschijnlijk geen moment aandacht gaf. Dat is niet vreemd. De meeste dagen vragen voortdurend iets van ons: een antwoord, een beslissing, een reactie. Onze aandacht is vaak al onderweg naar wat straks komt of blijft nog even hangen bij wat geweest is. We leven van afspraak naar bericht, van gedachte naar volgende taak. Zo kan een hele dag voorbijgaan terwijl we overal waren, behalve bij wat zich in dit moment afspeelde.
Welkom in dit moment. Niet omdat je bent weggeweest, maar omdat je jezelf een paar minuten gunt om aanwezig te zijn. Niet gisteren, niet straks. Hier. Je hoeft niets te onthouden, te verbeteren of op te lossen. Dit is geen toets, training of wedstrijd met jezelf. Zie het als de eerste wandeling van een reis: niet naar een andere versie van jezelf, maar terug naar wat onder alle drukte nog altijd aanwezig is. Dat klinkt eenvoudig. Dat is het niet altijd.
We ontmoeten iedere dag collega’s, vrienden, familie en mensen die toevallig ons pad kruisen. Maar hoe vaak ontmoeten we onszelf? Niet de versie die plannen maakt, niet de versie die lijstjes afwerkt, niet de versie die alweer met morgen bezig is. Gewoon onszelf. Dat gebeurt minder vaak dan we denken. Laten we daarom nog niet verder lopen.
Kijk heel even om je heen. Voel de stoel waarop je zit. Of de grond onder je voeten. Meer hoeft niet.
Zie je nu iets wat je een minuut geleden niet opviel? Niet omdat de wereld veranderde, maar omdat jouw aandacht verschoof. Dat is bijzonder. Aandacht verandert de werkelijkheid niet. Aandacht verandert wat je opmerkt.
Veel dingen merken we pas op wanneer ze veranderen. Je denkt niet vaak aan een knie die moeiteloos beweegt, totdat hij pijn doet. Je staat zelden stil bij een goede nachtrust, totdat je een paar nachten slecht hebt geslapen. Intussen zijn vandaag talloze dingen vanzelf gegaan. Niet omdat ze onbelangrijk zijn, maar juist omdat ze er steeds zijn. Onze aandacht richt zich sterk op afwijking en verandering. Daardoor verdwijnt wat goed gaat gemakkelijk naar de achtergrond. We wennen snel aan wat vanzelfsprekend lijkt. Tot iemand ons vraagt opnieuw te kijken. Zelfs wanneer we het… ongeveer vijfentwintigduizend keer per dag doen.1, 2, 3
Waar dacht je aan bij die laatste zin? Aan knipperen, je hartslag, lopen of slikken? Of wist je het meteen? Het antwoord doet er niet toe. Er is alleen nieuwsgierigheid.
Ik wil je nog één klein experiment vragen. Niet om iets te veranderen, alleen om iets op te merken. Kun je, zonder iets te doen, merken dat je ademt? Niet dieper, niet langzamer, niet beter. Alleen opmerken. Het kan vreemd voelen om bewust te worden van iets wat al je hele leven vanzelf gaat. En dat is precies wat hier gebeurt. Een volwassene ademt in rust vaak zo’n twaalf tot twintig keer per minuut. Opgeteld kan dat op een dag rond de vijfentwintigduizend ademteugen zijn. Zonder herinnering, zonder wekker, zonder bewust besluit. Je adem.
Nu zie je ook wat er eerder in deze wandeling gebeurde. Toen je las dat er ondertussen iets plaatsvond waaraan je geen aandacht gaf, was dat geen raadsel en geen truc. Je adem was er al die tijd. Niet omdat wij hem hebben opgeroepen, maar omdat hij nooit is weggeweest. Dat is de eerste echte ontdekking van deze reis. Je adem vraagt niet om aandacht. Hij wacht er al je hele leven geduldig op.
We merken onze adem vaak pas op wanneer we buiten adem zijn of wanneer iemand ons erop wijst. Juist daarom beginnen we hier. Je adem is bijzonder. Niet omdat hij belangrijker is dan je hart of slimmer dan je hersenen, maar omdat hij zichtbaar maakt wat normaal gesproken op de achtergrond gebeurt.
Laten we daarvoor een paar duizend jaar teruglopen. Stel je voor dat je geen agenda hebt, geen telefoon, geen klok, geen supermarkt en geen huisarts. Alleen de natuur. De ochtend kent nog geen afspraken. Er zijn alleen de stand van de zon, sporen in de aarde en geluiden waarvan je de betekenis moet leren kennen. Je wordt wakker terwijl het licht tussen de bomen verschijnt. De lucht is fris en de grond voelt koud aan je voeten. Je weet niet wat de dag brengt. Je vindt voedsel of niet; de dag blijft rustig of vraagt plotseling om actie. Terwijl je om je heen kijkt, hoor je iets bewegen tussen de struiken. Nog voordat je weet wat daar zit, is je lichaam begonnen. Je spieren spannen zich aan, je aandacht verscherpt, je hart gaat sneller kloppen en ook je adem verandert. Niet omdat gevaar al vaststaat, maar omdat snelle voorbereiding veiliger kan zijn dan afwachten.
Dat is een van de oudste vermogens van het lichaam: het bereidt zich voor voordat jij precies weet wat er gebeurt. Je lichaam schrijft de eerste zin al voordat jij weet welk verhaal er gaat volgen. Die snelle reactie heeft mensen en dieren ontelbare keren geholpen. Soms zat er niets dreigends tussen de struiken en bewoog alleen de wind. Voor het beschermingssysteem was één keer te vaak klaarstaan meestal minder kostbaar dan één keer te laat reageren.
Dat beschermingssysteem leeft nog steeds in jou. Alleen zijn de roofdieren veranderd. Vandaag heten ze een volle agenda, een lastig gesprek, een onverwachte e-mail, een rekening op de deurmat, een melding op je telefoon. Je lichaam maakt daar verrassend weinig onderscheid tussen. Het reageert op wat betekenisvol, dringend of onzeker voelt. Niet omdat het tekortschiet, maar omdat bescherming een van de oudste taken van het zenuwstelsel is.4
En precies daarom beginnen we deze reis met je adem. Niet omdat hij de oorzaak is, maar omdat hij een van de eerste boodschappers is. Een boodschapper veroorzaakt het bericht niet. Hij maakt zichtbaar wat elders al in beweging kwam. Je adem laat soms iets zien voordat jij het bewust hebt opgemerkt.
Let daar vandaag eens op, zonder je adem te veranderen. Merk op hoe hij voelt wanneer je haast hebt, schrikt, geconcentreerd bent of juist tot rust komt. Vandaag hoef je hem nog niet te sturen. Je leert eerst zijn taal herkennen.
Routepaaltje – Eén ademhaling
Telkens wanneer je vandaag je telefoon ontgrendelt, merk je één ademhaling op. Je maakt haar niet dieper of rustiger. Je wilt alleen weten: hoe ademt mijn lichaam op dit moment? Daarna ga je verder met wat je wilde doen.
Dat is klein genoeg om te vergeten en precies daarom staat dit paaltje hier. Iedere keer dat je het wél ziet, stap je heel even uit de automatische piloot. Eerst leer je herkennen wat er al gebeurt. Daar kan later iets nieuws uit groeien.
Dit is nog geen ademtechniek. We veranderen vandaag geen tempo, ritme of route. Voordat je je adem anders leert gebruiken, wil ik dat je hem leert ontmoeten. Vandaag was geen les over ademhaling. Het was de eerste kennismaking met iets dat al je hele leven met je meereist.
Panorama – Het eerste uitzicht
We hebben ons eerste Panorama bereikt. Het uitzicht is nog klein: niet je hele leven, alleen deze dag. Kijk even terug en neem één vraag mee.
‘Wanneer merkte ik vandaag dat ik ademde?’
Het antwoord kan zijn: helemaal niet. Of tijdens een wandeling, toen je moest lachen, een trap opliep of ergens van schrok. Wat je antwoord ook is, er is iets nieuws ontstaan: aandacht. Aandacht is niet de hele verandering. Het is wel de plek waar iedere verandering begint.
Morgen verlaten we dit open pad en stappen we een stille zaal binnen. Daar wachten getuigen uit een tijd waarin niemand over ademhaling nadacht. Ze kunnen niets meer vertellen. Toch dragen ze een aanwijzing die ons beeld van de adem voorgoed kan veranderen.
Tot morgen.
Bronnen & verdieping
1 James Nestor, Het nieuwe ademen, 8e druk (januari 2024), ISBN 9789402714098.
2 Patrick McKeown, Zuurstofwinst, 4e herziene druk (januari 2023), ISBN 9789491729763.
3 C. Chourpiliadis & A. Bhardwaj, ‘Physiology, Respiratory Rate’, StatPearls (bijgewerkt 12 september 2022). https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK537306/
4 M.J. Tipton, A. Harper, J.F.R. Paton & J.T. Costello (2017), ‘The human ventilatory response to stress: rate or depth?’, The Journal of Physiology 595(17), 5729–5752. https://doi.org/10.1113/JP274596
